Mijn verhaal ‘In reservetijd’ haalde begin augustus de longlist van ‘Verhaal van de maand juli 2021’

In reservetijd

Deze uitslag zag Frits de Vries niet aankomen. Op duidelijke toon bespreekt de arts het resultaat van zijn testen.

‘Hoe lang heb ik nog?’ Zijn stem klinkt schor. In de stilte die valt, hoort hij een verre donderslag.

‘We noemen nooit tijden, het varieert per patiënt.’

‘Verdomme man, ik ben geen klein kind. Geef me tenminste een indicatie.’ Hij hoort de wanhoop in zijn stem.

‘Drie maanden tot een jaar. Een juiste behandeling kan wat tijdrekken.’

Hij parkeert zijn dromen. ‘Vergeet dat, ik wil geen troep in mijn lijf.’ Als kronkelende alen schieten zijn gedachten alle kanten uit, hij staart naar buiten. De slagen in de verte worden luider, een gordijn van regen dimt de lichten op straat. Een straatkat schiet een portiek in, bijna met dezelfde snelheid waarmee zijn vrouw hem twee maanden geleden verliet. Boosaardig grijnzend, stelt zich voor dat zij pisnijdig zal zijn, wanneer ze ontdekt dat ze achteraf te vroeg uit de huwelijksboot is gestapt en uit zijn testament geschrapt. De gedachte beurt hem even op.

 

Zijn huis is verkocht. Frits voelt zich nog steeds als een jonge hond en geniet schaamteloos van luxueuze arrangementen op prachtige locaties. Vier maanden zijn er sinds zijn diagnose verstreken, een maand langer dan in het slechtste scenario. In zijn dromen is hij niet langer ziek, hoopt hij op een wonder. De eerste paar dagen na zijn diagnose durfde hij amper te slapen. Bang nooit meer te ontwaken, had hij het gevoel dat hij alles uit de dagen en nachten moest persen nu het nog kon. In de toestand tussen slapen en dromen kreeg hij vreemde visioenen en onderhuidse angsten, zelfs voor een gezond mens niet vol te houden. Tegenwoordig dwingt hij zichzelf ’s nachts minimaal zes uur te slapen, desnoods met de hulp van pillen.

 

Enkele dagen geleden kwam hij in een kasteelhotel met Julia in contact. Met haar donkerbruine krullen en gevoel voor humor een betoverende vrouw, waarmee hij vrijwel direct na hun ontmoeting elke avond dineert. Samen lachen ze wat af. Indien zijn buikgevoel hem niet bedriegt, ziet zij hem wel zitten. Een kort moment voelt hij zich gelukkig. Ze weet het niet, ze mag het niet weten. In andere omstandigheden had hij beslist werk van haar gemaakt. Op dit moment geniet hij van haar vrolijkheid, haar gezelschap, niets meer en niets minder.

 

‘Hebben we iets te vieren?’ Met haar ogen deels verscholen achter haar lange wimpers, wijst Julia naar de fles champagne op tafel.

‘Ik had hier gewoon zin in.’ Nonchalant draait Frits het ijzertje rond de kurk los. Een knal scheurt de stilte op het terras aan flarden.

Waarom kan hij haar niet zeggen dat ze zijn leven opfleurt? Indien hij niet ziek was, zou dit het uitgelezen moment zijn om haar hand in de zijne te nemen. Het verlangen is een marteling. Waarom ontmoet hij haar nu het te laat is? Zijn gezicht betrekt. Per saldo heeft hij zijn lot geaccepteerd, wel voelt hij zich kwetsbaar. Zijn blik dwaalt over het goed onderhouden gazon met de bloeiende borders. Stralen zonlicht gefilterd door de bladeren van de oude eiken rond het terras, werpen spikkels op hun armen en benen. Frits drinkt het tafereel in, zo wil hij zich haar herinneren. Hij slikt zijn verwarring weg met een grote teug bubbels.

‘Kijk er eens iets vrolijker bij.’ Julia werpt een onderzoekende blik op hem. ‘Valt er meer te wensen? Prettig gezelschap, een schitterende omgeving en een koel glas champagne. Proost.’ Ze heft haar flûte.

‘Cheers!’ Een paar seconden krijgt het geluksgevoel omdat hij nog niet gestorven is, de overhand. ‘Als jij nog een wens mag doen, wat zou dat zijn?’

Verscheen er voor hem ook maar een Aladin uit de lamp.

‘Naast goede gezondheid die altijd vooropstaat, wil ik dolgraag ooit een wereldreis maken.’

Frits maakt een mentale aantekening om reisvouchers op haar naam aan te schaffen. Wanneer hij fysiek niet mee kan, dan in elk geval in haar gedachten.

De telefoon in zijn broekzak waaiert op volle sterkte zijn ringtone Nessun Dorma over het terras. Net wanneer hij gegeneerd de beller wil wegdrukken, valt zijn oog op de naam van zijn arts. Aarzelend neemt hij het gesprek aan.

‘Frits?’

‘Jazeker.’

‘Er is een enorme blunder begaan. Wat jij hebt is niet kwaadaardig!’ De man valt direct met de deur in huis. ‘Jouw dossier werd verwisseld met dat van een andere F. de Vries, zelfde achternaam, identieke initialen.’

Beurtelings wit en rood wordend, hoort Frits het relaas aan. Slechts een moment denkt hij aan de andere man die nu de afgrond instort, of leeft die al niet meer? Hij voelt zich licht in het hoofd.

‘Slecht nieuws?’

De warme bezorgdheid in haar stem doet hem goed. Het is lang geleden dat iemand bezorgd over hem was. Frits maakt oogcontact. ‘Nee, juist het beste! Ik vertel het je straks.’ Hij buigt zich over de tafel, pakt haar hand en streelt die zachtjes. ‘Alleen op wereldreis, daar lijkt me niks aan. Wat vind je ervan als ik meega?’ Hij hoeft zijn kans niet voorbij te laten gaan, kan hem met beide handen aangrijpen.

Haar zeegroene ogen sprankelen en vertellen hem meer dan woorden kunnen zeggen.

‘Op onze wereldreis.’  Euforisch heft Frits zijn glas. ‘Op een nieuw begin.’

Niet langer staat hij stil bij zijn treurige lot, de bal ligt immers weer bij hem. Resoluut schuift hij elke sluimerende gedachte aan de dood terzijde. Hij kijkt op zijn horloge, half zes, achttien juli. De tijd waarop zijn leven opnieuw is begonnen.

 

Cecile Koops ©2021


Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *