Charlie werd in het 200e – jubileumnummer – van The Optimist NL gepubliceerd, naar aanleiding van een schrijfwedstrijd om optimistische verhalen te vertellen. Jan Terlouw (ja die) zei erover: ‘Charlie heeft zijn schooltijd beëindigd. Wat nu? Hoe vindt hij een baan? Hij slaagt erin op een ongebruikelijke manier, die bij zijn nieuwe werkgever zowel zorg als bewondering zal hebben afgedwongen. Maar uiteindelijk laat Cecile Koops haar avonturier weer verlangen naar een maaltijd van zijn Franse moeder. De wijde wereld en het vertrouwde huis.’

Charlie

Drie maanden geleden zei Charlie de schoolbanken vaarwel. In tegenstelling tot zijn vrienden heeft hij geen enkel idee welk werk hij ambieert en een studiehoofd heeft hij niet. Zijn lenige dromen geven hem geen enkele aanwijzing. Het liefst leest hij boeken, zoals nu, met zijn rug tegen de oude eik in de diepe tuin van zijn ouders. Zijn benen opgetrokken, zijn net iets te lange donkere krullen wapperend in de wind.

‘Je moet echt wat oppakken Charles.’ Zijn vader komt thuis uit zijn werk en kijkt hem ernstig aan. ‘Waarom loop je geen stage hier in het dorp om te zien of iets je bevalt.’

Geërgerd valt het boek uit zijn handen. Hij hijst zijn slanke lijf overeind terwijl een oceaan aan desinteresse hem dreigt op te slokken. ‘Okay, okay.’ Met grote slungelige passen loopt hij het huis door de keuken binnen. De kruidige geuren van de maaltijd die zijn moeder klaarmaakt, bereiken zijn neus als voorbode van een memorabele maaltijd. In zijn slaapkamer boven op zolder checkt hij op de site van de regionale krant wat er in de omgeving zoal voor hem te doen is. Een advertentie om bijles Frans te geven, lijkt hem op dit moment de beste optie, niet voor altijd natuurlijk, louter om zijn pa tevreden te stellen. Met een Franse moeder, waarmee hij thuis Frans spreekt, is zijn kennis van die taal niet slecht. Grammaticaal weet hij het niet allemaal. Allez, hij frist zijn kennis wel met een boek op. Voor hij zich kan bedenken toetst hij het nummer bij de advertentie in.

 

Een week later worstelt Charlie zich, met een verveeld kind dat hier overduidelijk nog minder zin in heeft dan hij, door de lesboeken heen. Het joch dat niet uitblinkt in Franstalige kennis heeft waarschijnlijk van zijn vriendjes de antwoorden op alle testen in het boek gekregen en vult tot zijn verbijstering alle multiple choice vragen van het eerste proefwerk correct in. Zo kan hij nooit vaststellen wat de jongen wel of niet weet. Niet voor een gat te vangen, bedenkt hij een plan van aanpak. ‘Morgen maken we de test op pagina zestig. Bereid je goed voor.’

De volgende dag legt hij vol voorpret een A4-tje met alle vragen, in een andere volgorde dan die in het boek, voor de neus van het kind. ‘Ga je gang.’

Vol leedvermaak ziet hij hoe de jongen stiekem een klein papiertje in de mouw van zijn trui raadpleegt. De a, b, of c’s worden per vraag snel ingevuld.

‘Klaar? Laten we eens kijken hoeveel je er dit keer goed hebt.’ Zijn rode pen zet kras na kras in het werkstuk. ‘Drie vragen goed en zevenentwintig fout. Hoe is dat nu mogelijk?’ De drie goede zijn de vragen die hij expres in de juiste volgorde heeft laten staan.

Met een vuurrood hoofd zit het kind voor hem.

‘Ik denk dat ik duidelijk heb gemaakt dat je werkelijk moet leren en dat je er met spieken niet komt.’ Charlie geeft hem een knipoog en grijnst.

Na een maand is het kind volledig bij en kan met gemak de lessen in de klas volgen. Charlies baan wordt overbodig.

 

Wat nu te doen? Charlie peinst. Diep in zijn hart wil hij cowboy worden. In zijn dorp zijn weliswaar paarden en koeien aanwezig, maar die staan in omheinde weilanden er is geen noodzaak ze bijeen te drijven. Vertwijfeld rolt hij met zijn ogen. Zal hij? De lasso waarmee hij in de tuin oefende, verdwijnt in zijn tas. Stilstaande tuinstoelen kan hij inmiddels probleemloos vangen. Hij wandelt naar de weilanden en loert schichtig om zich heen. In de volstrekte leegte van het land, met een rij verdoezelde iepen op de horizon, is geen mens te bekennen. Voorzichtig opent hij het hek en wappert net zolang met zijn armen tot de beesten naar buiten komen en in verschillende richtingen van het platteland verdwijnen.

Opgewonden loopt hij terug naar de manege om zijn daar gestalde paard op te halen. Zadel erop, de tas met lasso dwars over zijn rug en hij is gereed. Het geklepper van hoefijzers verbreekt de stilte op de dorpse klinkerweg. In de verte bij de spoorbaan flitsen dromende reizigers langs. Zijn dorp heeft geen halte en is niet voor de moderne wereld ontsloten.

Zodra Charlie buiten de bebouwde kom aankomt, gilt hij luidkeels een langgerekt ‘hiiijaa’ zoals hij zijn helden vele malen in de film zag doen. Het majestueuze landschap van onafzienbare velden pampagras met hoge bergen op de achtergrond denkt hij er wel bij. Zijn fantasie slaat op hol.

Zodra hij een paar koeien spot, galoppeert hij erheen met het paard. Als een gokverslaafde die in de verte de deuren van het casino ziet sluiten, laat hij de lasso rondjes draaien boven zijn hoofd. Een motregen spiraalt een muffe geur van de bemodderde paden omhoog. Het deert hem niet, in het jachtveld van zijn dorp voelt hij zich domweg gelukkig. Zijn lasso valt over de hoorns van de koe en sluit rond de kop van het bonkige beest. Dat is één. Direct ziet hij in waar zijn plan misgaat. Op de smalle weggetjes is het onmogelijk rond de beesten te komen om ze samen te drijven, dus moet hij ze stuk voor stuk in het weiland zien te krijgen. Hij sleurt de hevig loeiende koe mee naar het hek.

Inmiddels is de boer daar eveneens gearriveerd. Zelfs van een afstand valt het op dat hij zweet. Charlie legt hem uit dat hij de beesten probeert terug in de wei te krijgen.

‘Dank je mien jong, je bent een goeie vent. Vandaag zal hun melkproductie niet veel zijn, maar het is belangrijker dat de beesten terug bînne.’

Opeens voelt Charlie zich klein worden. Aan de gevolgen van zijn actie had hij niet eerder gedacht. Snel draaft hij ervandoor om de volgende koeien op te halen.

Een uur later staan alle koeien wederom in het weiland.

‘Nogmaals bedankt, jong. Ik zal thuus es kieken naar de beelden van de camcorder in de boom hier.’ De boer wijst omhoog naar waar, in het lover van een iep, een camera hangt. ‘Ik begrijp niet waarom het hek zomaar openstond.’

Charlies vreugde smelt weg. Zijn dorst negerend likt hij aan zijn lippen. Een ogenblik wenst hij dat de aarde opensplijt en hem met paard en al zal verzwelgen.

Hij slikt en kijkt de boer in de ogen. ‘Ik deed het.’ Zijn stem klinkt schor en hij is op zijn hoede.

‘Jij?’ De boer kijkt hem woedend aan. ‘Waarom in vredesnaam?’ Nadenkend tikt hij tegen zijn kin.

Even valt er een ongemakkelijke korte stilte. Charlie proeft de teleurstelling in zijn woorden. De meest vreselijke straffen spoelen door zijn hoofd en hij maakt zich op voor een godvergeten treurig lot. ‘Ik wil graag cowboy worden, het was om te oefenen.’ Hij staat er als een zoutzak bij, met zijn blik op de grond gericht. Een zweem van angst hangt over zijn gezicht.

Een paar seconden later klinkt de hikkende lach van de boer. Zijn adem blaast wolkjes damp in de kille buitenlucht.

De spanning in Charlies lichaam verdwijnt, hij werpt een vragende blik omhoog.

De boer wist de tranen uit zijn ogen. ‘Als je dat echt wilt, kun je op de boerderij werken. Flik me echter nooit meer zo’n streek als deze!’

Het zware gewicht dat zijn schedel in elkaar drukt, is opeens verdwenen. Naar adem happend kijkt Charlie met een gevoel van opluchting naar de boer ‘Dat beloof ik, dank u wel.’

Eindelijk iets wat zomaar zijn roeping kan worden. De klok van de kerktoren in het dorp slaat zeven keer. Met de belofte morgen terug te komen, wendt hij zijn paard. Na een laatste zwaai, galoppeert hij er, verlangend naar een Franse maaltijd van zijn moeder, vandoor.

Cecile Koops © 2021

 

 

 

Categorieën: KORTE VERHALEN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *