Dit verhaal behaalde in juli 2020 de longlist van verhaal van de Maand. Verhaal van de Maand is een bloedspannende literaire wedstrijd. Een geheime jury leest de verhalen en maakt een longlist en een shortlist. Per maand is er één winnaar. Ik doe sinds maart 2020 mee en haalde tot nu toe met met elf verhalen de longlist, 3 wonnen er niet. Ben er heel content mee.

Songtekst

Met de geur van de nacht in zijn neus, trekt Oscar behoedzaam een ooglid omhoog en kijkt de kamer rond. Over de rugleuning van de stoel ligt zijn gisteren haastig uitgetrokken broek. Schel licht dat door de gesloten gordijnen binnenstroomt, verraadt dat het niet meer zo vroeg is. Moeizaam sloft hij naar de badkamer, leegt zijn overvolle blaas en wandelt naar de wastafel. Een oerkreet, als van een bronstig hert, ontsnapt aan zijn mond en echoot door de ruimte. Ontzet loert hij in de spiegel. Dat is hij niet. In het spiegelbeeld kijkt een vreemde – krullend haar, bakkebaarden en donkere ogen – hem met opgetrokken wenkbrauwen aan. Het beeld verdwijnt niet van zijn netvlies. Minutenlang staart hij in de ogen van de vreemdeling op zoek naar een teken van herkenning. Wat voelt de badkamer opeens claustrofobisch aan. Alsof een versluierde blik iets aan de situatie kan veranderen, beloert hij de man door zijn wimpers. ‘Wie bent u?’

De stem die zijn oren bereikt, heeft een timbre dat donkerder gekleurd is dan Oscars normale toonhoogte. Er komt geen antwoord. Bij alle vragen die hij op de spiegel afvuurt, bewegen de lippen van de man met zijn woorden mee. Met een vertwijfeld gebaar grijpt hij, net zoals de onbekende, naar zijn haar. De armen van de man ogen gespierder dan de zijne.

In paniek draait hij zich om en loopt de trap af. In elk geval is hij nog wel in zijn eigen huis. De oorfauteuil staat op zijn vaste plek en het stilleven dat hij op een veiling kocht, hangt naast de schouw aan de muur. Zijn ogen vermijden het om in de spiegel boven de marmeren schoorsteen te kijken.

Uit gewoonte doet hij de radio aan. Slechts een moment kalmeren de barokke klanken die door de kamer rollen hem, dan draait de onbekende net zolang aan de knoppen totdat er een snelle beat door de kamer klinkt.

Koortsachtig gaat Oscar zijn handelingen van de voorgaande avond na. Waarom is zijn eigen lijf verdwenen en waarheen? Wie is die man?  Als een aandenken aan zijn eigen identiteit resten hem slechts zijn gedachten. Al het overige is spoorloos verdwenen.

 

De man verlaat het huis met een verende tred, die in schril contrast staat met Oscars normaliter sloffende gang. Mensen op straat stoten elkaar aan en wijzen opgewonden naar hem. Zijn lijf stapt door alsof er niets aan de hand is. Na een paar minuten wint Oscars nieuwsgierigheid het van zijn gêne.

‘Weet u wie ik ben?’ vraagt hij een dame die met open mond naar hem staart.

‘Natuurlijk weet ik dat.’

‘Nou?’

‘The Boss.’ Rond haar lippen speelt een nerveus glimlachje dat overgaat in een hysterisch gelach.

Heeft hij een idioot getroffen? Gedurende de verdere wandeling raast het door zijn schedel. Hoe is hij in godsnaam in deze situatie beland? Uiteindelijk belanden ze bij een groot gebouw. Voor de deur wacht een horde vrouwen. Op een bord boven de deur staat: Stagedoor.

‘Daar is ie.’

‘Bruce!’

‘Mogen we een handtekening?’

Opgewonden kakelen de vrouwen door elkaar en houden hem opschrijfboekjes en cd’s voor.

De man in zijn lijf signeert hun spullen waarna hij met een vette grijns de deur inslentert en naar een podium loopt. Op het podium staan grote versterkers en drie rekken waarin gitaren hangen, daarachter staat een drumstel. Over het toneel lopen mannen heen en weer. Oscar neemt het tafereel met stijgende verbazing in zich op.

De man begroet de mensen met een zwaai en wandelt backstage naar een kamertje toe. Voor het eerst richt hij zich tot Oscar in woorden die Oscar niet heeft uitgesproken.

‘Helaas kan ik je niet vertellen wat er allemaal gebeurt, ik ben Bruce Springsteen overigens.’

Bruce kijkt hem vanuit de spiegel van de kleedkamer met priemende ogen aan. ‘Vertel eens iets over je leven.’ Het klinkt als een bevel.

Oscar is verwilderd, iets in de blik van Bruce laat hem echter als op commando zijn leven spuien. Bijzonder vreemd en uiterst irritant. Hij schraapt zijn keel. ‘Mijn leven is niet zo bijzonder. Van jongs af aan was ik voorbestemd mijn vader in de zaak op te volgen. Op school ontmoette ik mijn toekomstige vrouw, al wist ik dat toen nog niet natuurlijk. ’s Avonds troffen wij elkaar stiekem bij de rivier.’ Een paar seconden blijft hij in gedachten verzonken en harkt zijn vingers door zijn haar. ‘Op het moment dat mijn vriendin zwanger bleek te zijn, trouwde ik noodgedwongen reeds op jonge leeftijd. Ons leven was bepaald geen vetpot en onze jeugd was in één klap voorbij, maar we zijn nog steeds bij elkaar.’ Oscar zucht en voelt de last van die jaren weer op zijn schouders drukken.

‘Met de steeds slechter wordende economie bood het bedrijf niet langer werk voor mij. Daarna volgde een grimmige tijd als werkeloze. Tegenwoordig komt ons plezier vooral voort uit de herinneringen aan die zorgeloze tijd bij de rivier.’

Al luisterend, schrijft Bruce in een zwartleren boekje mee.

‘Wat een geweldig idee voor een song. Dat was die ongemakkelijke verwisseling van jouw geest in van mijn lichaam absoluut waard.’

Oscar staart hem verbijsterd aan. ‘Hoe dan? Hoezo omwisseling? Hoe doe je dat?’

‘Dat mag ik niet zeggen, anders kan ik het nooit meer herhalen. Overigens, vanaf het moment dat ik voor het eerst zelf het woord voer, hebben we slechts een half uur. Daarna transformeren we terug naar onszelf, onze eigen geest en eigen lichaam.’ Verontschuldigend kijkt Bruce hem aan en zwijgt een moment.

‘Zo’n onderdompeling in andermans leven biedt mij volop inspiratie voor nieuwe songs. Zojuist heb ik het couplet van jouw leven geschreven.’ Hij grijnst en zingt zacht voor zich uit.

‘That night we went down to the river and into the river we’d dive…’

 

Oscar voelt een minieme schok en opeens staat Bruce Springsteen in levenden lijve voor hem. Vliegensvlug kijkt hij omlaag naar zijn eigen kleren, zijn eigen lijf en zo te zien in de weerspiegeling van het raam, wederom zijn eigen gezicht. Hij slaat zijn ogen ten hemel. ‘Sjezus …’ Meer weet hij niet uit te brengen.

Voordat Bruce naar het podium vertrekt, draait hij zich nog eenmaal om en legt een hand op Oscars schouder. Over een paar minuten vergeet je wat er gebeurde. Dank je zeer voor de inspiratie.

Met grote ogen aanschouwt Oscar hoe de band begint te spelen. De dreunende muziek slaat een ritme op zijn borstkas. Opgewonden kuiert hij de zaal en het gebouw uit. De vrouwen staan nog steeds te roezemoezen achter de deur. Zonder hem een blik waardig te keuren, laten ze hem passeren.

‘Ik was Bruce Springsteen.’ Zijn stem klinkt blufferig en hij zwelgt van trots.

De vrouwen zijn niet geïmponeerd. ‘Jij zegt het, haha. Ik vind dit een raar gesprek.’

‘De verwisseling was inderdaad vreemd en liep een beetje uit de hand, hoewel het wel bijzonder was. Ik werd de bron voor zijn inspiratie.’

‘Mafkees.’ De vrouwen hebben geen oren naar zijn verhaal en wandelen een paar meter de andere kant op.

Oscar besluit hen te overtuigen van zijn waarheid. Zodra hij in detail over zijn avontuur wil vertellen, komt er echter geen woord over zijn lippen. Wat wilde hij zeggen? Dat is hij compleet vergeten, zijn hoofd tolt. Waar is hij trouwens? Staat hij nou bij de Amsterdam arena? Damn, wat doet hij hier? In paniek bijt hij op zijn wijsvinger om zijn emotie de baas te blijven. Wordt hij dement? Hij wil naar huis. Tot zijn opluchting herinnert hij zich waar hij woont. Doelgericht marcheert hij met grote passen het Bijlmerstation in en pakt de metro naar het centrum.

Cecile Koops ©

 

 

Categorieën: KORTE VERHALEN

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *