Bijgaand zeer kort verhaal schreef ik voor een wedstrijd op Schiermonnikoog. Het verhaal behoorde niet tot de winnaars, ik wil het jullie echter niet onthouden.

DONKERE WOLKEN

Het uitzicht oogt als een schilderij zonder begrenzing van een lijst. Desondanks staart Mona niets ziende over de reling van de ‘Rottum’. Zorgen woelen rond in haar borst en dat is precies de reden dat haar kinderen haar deze reis naar het eiland aanbieden. Vakantie? Het is meer een vlucht dan een vakantie. Wanneer ze eerlijk is, wil ze liever thuis in de haar vertrouwde omgeving rouwen om het verlies. Hoe moet je rouwen om iemand die niet dood is, maar ook niet meer in je leven?

‘Kom op ma, je zit hier maar te kniezen op de bank. De hoogste tijd om er eens tussenuit te gaan.’ Haar dochter was zo vastberaden dat ze uiteindelijk toegaf.

Aan de horizon wordt de streep land groter naarmate ze het eiland naderen. Voordat ze aanmeren stoot het schip een loeiend geluid uit. De ferry bonkt tegen de steiger. Even wankelt ze onvast op haar voeten. Met vlekken in haar nek draait ze zich om en loopt de kade op.

Hoe kan zij ooit, met de angst en het verdriet nog op haar hielen, een nieuwe vriend zoeken? Alle antwoorden in haar hoofd roepen nieuwe vragen op. Voor het eerst sinds die morgen neemt ze haar omgeving goed in zich op. Een vlucht zeemeeuwen vliegt agressief krijsend over.

‘Hallo.’ Een bekend gezicht kijkt haar breed grijnzend aan.

Ze durft niet te bekennen dat ze, ondanks hun intieme schoolverleden, zijn naam is vergeten. ‘Hi, wat leuk jou hier te zien.’

De donkere wolk boven haar hoofd trekt weg. Ze zeeft herinneringen in haar hoofd, spoelt nare gedachten schoon en zet de toegang naar haar hart op een kier.

De stilte omarmt hen wanneer ze over de Reeweg samen naar hotel Graaf Bernstorff slenteren.

 

Cecile Koops © 2020

 

Categorieën: KORTE VERHALEN

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *