Het kerstcadeau

Charlotte staat vroeger op dan gewoonlijk. Normaal ligt ze na het ontwaken graag wat langer in bed, maar nu is er een goede reden om op pad te gaan.

‘Ik ga ervandoor Pieter, jij redt je hier wel toch?’ roept ze naar haar man die met druipende haren uit de douche komt. Zijn ogen hebben de kleur van een glas cognac. Ze zijn even oud, maar hij ziet er veel jonger uit dan zijn vijfenveertig jaren. Telkens wanneer ze hem ziet, stokt de adem in haar keel.

‘Neem jij geen ontbijt?’

Lachend strijkt ze langs haar slanke heupen. ‘Nee, daar heb ik vandaag geen tijd voor.’

Ze schuift achter het stuur van haar felrode mini en zet koers naar de stad. Na dagen van regen is het eindelijk droog en ze geniet van de natuur langs de smalle weggetjes. Ze weet precies wanneer het mooie landhuis in beeld zal komen. De grote wei waar normaal de paarden lopen, is nu leeg. Nog twee bochten te gaan, dan rijdt ze over een houten bruggetje voor ze de oprit naar de snelweg bereikt. Door haar hoofd spookt het gesprek dat ze gisteravond met Pieter voerde. Dit jaar had zij graag de kerst de kerst gelaten om lekker op vakantie te gaan. Natuurlijk was dat het tegen het zere been van Pieter geweest. Hij wentelt zich tijdens de feestdagen met genoegen in het kneuterige gevoel van kerstbomen, versieringen, pakjes, kerstliedjes en het kerstdiner met familie en vrienden bij hen thuis. Hij hoeft het allemaal niet klaar te maken en te verzorgen. Na de kerstdagen kun je haar opvegen, compleet afgeknoedeld is ze dan.

Op de gracht is nog een leeg plekje en ze draait haar mini erin.

Slenterend langs de verlichte etalageruiten verlekkert ze zich aan het grote aanbod van de winkels in de stad. Zonder moeite kan zij twintig dingen opnoemen voor haar verlanglijst. Pieter heeft geen speciale wensen en zegt dat zij maar iets moet verzinnen. Drank of sigaren wil zij niet geven, dat is te onpersoonlijk. Dassen en kleding heeft hij genoeg. Ze kuiert verder langs de verlichte straten tot ze een antiekwinkel ontdekt. Pieter is verzot op alles wat antiek is, misschien is hier iets te vinden. De deurbel klingelt luid wanneer ze over de drempel stapt.

‘Mag ik even rondkijken?’

‘Gaat uw gang, wanneer u iets wilt weten, roept u maar,’ antwoordt de stijlvol geklede antiquair.

Nieuwsgierig tuurt ze rond in een spaarzaam verlichte ruimte die bomvol antiek en brocante staat. Af en toe pakt ze een voorwerp op om het beter te bekijken. In de meeste gevallen schrikt ze van het prijskaartje dat eraan hangt. Uiteindelijk blijft haar blik rusten op een blauwwit bord met Chinese beschilderingen. De versiering op de rand is in vakken verdeeld en bestaat uit bloemen afgewisseld met vogels. In het midden is een tuin met lotusbloemen en eenden tegen een bergachtige achtergrond geschilderd. Ze pakt het op en loopt naar de kassa.

‘Dit bord bevalt me wel.’

‘Een uitstekende keus, ik kreeg het vorige week binnen uit de inboedel van een overleden verzamelaar. Het is kraakporselein uit de 16e eeuw.’

De antiquair pakt het bord in bubbelplastic en wikkelt er geschenkpapier omheen. Charlotte loopt, blij dat zij iets passends voor Pieter heeft gevonden, naar buiten. Een klok in de verte slaat twaalf keer. De gure wind die de mouwen van haar jas instroomt, laat haar rillen. Ze kijkt rond naar een plek om te lunchen, loopt een bistro in en bestelt een koffie. Haar felrode lippenstift laat een mondafdruk achter op de rand van het kopje.

Het hele stuk naar huis galmt ze mee met de liedjes die de autoradio haar voorschotelt. Het begint al donker te worden tegen de tijd dat ze de oprit oprijdt. De eerste regendruppels vallen op de ramen.

‘Ik wil net een wijntje inschenken. Jij ook een glas?’ vraagt Pieter.

‘Graag.’ Charlotte pelt zich uit haar jas en probeert met twee handen haar warrige krullenbos een beetje te fatsoeneren.

‘Ik heb vanmiddag ook iets voor jou gekocht, wil je het alvast hebben?’

Charlotte bekijkt zijn rode wangen, hij ziet er koortsig uit. Ze knikt.

Pieter verlaat de kamer om met een doos, verpakt in roze glanzend papier, terug te keren.

Vreemde keus als kerstpapier denkt ze, terwijl hij het pakket op haar schoot deponeert. Ze wriemelt aan het plakband om het goed open te kunnen maken, maar scheurt tenslotte toch het papier doormidden. Ze tilt het deksel van de doos af en deinst terug bij het zien van de inhoud.

‘Wat is dit?’

‘Ik denk dat ons huwelijk wel een oppepper kan gebruiken.’

De kleur op zijn wangen verdiept zich, terwijl zij sexy ondergoed, een flinterdun nachthemdje en een set handboeien tevoorschijn trekt.

Charlotte weet niet wat ze moet zeggen.

‘Het is een origineel cadeau,’ mompelt ze zachtjes. Hoe goed kent ze haar Pieter eigenlijk? Waarom bedenkt hij zoiets, is hun huwelijk niet prima zoals het is?

Pieter zet een glas wijn op het tafeltje naast de bank en buigt zich naar haar toe.

‘We kunnen het straks uitproberen.’

Om zich een houding te geven, staat Charlotte op en loopt naar de gang waar ze het antieke bord pakt.

‘Eerst jouw cadeau, voorzichtig want het is breekbaar.’

Pieter pakt langzaam het pakje uit. Zijn ogen glanzen wanneer hij het bord ziet. Zijn vingers strelen langs de rand van het bord.

‘Het is prachtig, wat een volmaakt bord. Je maakt me heel blij hiermee.’

‘Mooi, dan zeg ik nu proost.’ Charlotte heft haar glas en gulpt een grote slok naar binnen. Ze hoest ervan. Pieter klopt haar op de rug.

‘Gaat het weer?’

Hij komt naast haar zitten en trekt opeens haar hoofd wild aan haar haren naar achteren. Kom mee, we gaan naar boven. Hij verzamelt alle stukken van haar cadeau en trekt haar mee de trap op.

Charlotte weet niet wat haar overkomt. Sinds wanneer is haar lieve zorgzame man verandert in een woeste niets ontziende macho?

Hij sleurt haar de slaapkamer in en rukt ruw de kleren van haar lijf.

‘Moet dat zo? Zo ruw en liefdeloos?’ protesteert ze.

Hij lijkt haar niet te horen en klikt, alsof hij het al jaren zo doet, haar handen met de handboeien vast aan de spijlen van het bed. Snel stapt hij uit zijn broek en rukt de knopen van zijn overhemd los. Naakt en met een blik in zijn ogen die ze niet herkent, kruipt hij bovenop haar.

Ze voelt zijn lust opkomen en niet veel later pompt hij zijn erectie hard stotend in haar. Ondanks zijn botheid, geniet ze – na haar initiële walging – van het vreemde moment.

Na de daad maakt hij haar boeien los en loopt zonder een woord te zeggen naar beneden. Charlotte blijft verbijsterd achter.

Tien minuten later schreeuwt hij naar boven: ’Ga je nog eten koken, of hoe zit het? Ik krijg honger.’

Ze stormt de trap af.

‘Wat is er met jou aan de hand? Je doet heel anders dan je normaal doet.’

‘Zeur niet mens, ga liever koken.’

‘Wie denk je wel dat je bent. Doe het zelf als je honger hebt. Ik ben je slaaf niet.’

Meteen krijgt ze een klap tegen haar hoofd die haar doet duizelen.

‘Je doet wat ik zeg, want anders…’ Het timbre van zijn stem wordt zwaarder.

‘Wat anders? Pieter doe eens normaal.’

‘Luister godverdomme naar mij.’ Hij slaat zijn vuist tegen de muur.

Charlotte begint te huilen. ’Ik begrijp niet waarom je zo tekeergaat, je bent jezelf niet.’

De dreigende blik in zijn ogen blijft op haar rusten en ze beseft dat ze beter kan gehoorzamen. Het lijkt wel alsof iets of iemand bezit van hem heeft genomen. Achter zijn ogen ziet ze iets duivels. Bevend zet ze een pan water op het vuur en begint op de automatische piloot te koken, terwijl haar hersens overuren maken en aan elk moment van de dag terugdenken.

Voordat zij vanmorgen wegging, was alles nog in orde. Tot op dat moment was er geen probleem onder hun dak. Hoe kan het dat alles daarna anders is geworden?

Vervuld van angst loopt ze naar de eetkamer, trekt de gordijnen dicht en dekt de tafel. Dan loopt ze terug om het eten te halen.

Pieter schuift aan en schept een groot bord voor zichzelf op. Slurpend lepelt hij de inhoud naar binnen. Charlotte hoopt dat zijn humeur verbetert wanneer hij gegeten heeft. Zelf neemt ze een klein hapje en eet met lange tanden. Stilte heerst rond de tafel. Wanneer hij is uitgegeten, boert hij luidkeels en beent naar de woonkamer. Niet veel later hoort ze het geluid van de televisie luid door de ruimte schallen.

Zuchtend ruimt ze de tafel af en blijft in de keuken op een stoel zitten.

‘Komt er nog koffie?’ brult Pieter uit de kamer. ‘Schiet eens op, luie flikker.’

Met vochtige ogen zet ze met een harde klap een kopje voor hem neer. Dit keer is hij zo verdiept in de televisie dat hij dat niet eens merkt.

Charlotte loopt naar boven en gooit zich huilend op bed in de logeerkamer.

De gebeurtenissen eisen hun tol en ze valt in een diepe slaap. Ze droomt over afschuwelijke kerels die hun vrouwen mishandelen. Een rij mannen trekt aan haar voorbij. Ze kijken zo dreigend uit hun ogen dat ze er bang van wordt. In hun handen houden ze allemaal een blauwwit bord vast. Daarna verschijnt in haar droom een rij lieve mannen die haar teder strelen en troosten. Hun handen zijn leeg.
Badend in het zweet wordt ze wakker. Vertelt die droom haar iets? Heeft Pieters gedrag iets te maken met het bord?

Met een schok komt ze overeind. Je zou haast denken dat de nieuwe eigenaar van het bord alle nare eigenschappen van vorige bezitters erft. Is dat de oorzaak van Pieters rare gedrag? Maar dat sexy kerstcadeau dan? Dat heeft hij toch zelf gekocht? Vertelde hij niet dat hij dat pas vanmiddag heeft gekocht? Voor die tijd had zij zijn bord al aangeschaft. Zouden de karaktertrekken van eerdere eigenaren direct op hem overgaan?

Wat bazelt ze toch allemaal. Dat kan toch helemaal niet?

Ze snuift de frisse, heldere buitenlucht in die door het open raam stroomt en bijt tot bloedens aan toe op haar nagels. In de spiegeling van het raam ziet ze langs haar ogen, daar waar hij naar haar uithaalde, een enorme donkere plek.

Op haar tenen sluipt ze de trap af. Pieter ligt luid snurkend op de bank voor de televisie en hoort haar niet. Voorzichtig pakt ze het blauwwitte bord van de kast en loopt naar de deur.

Hoewel ze zo zacht mogelijk loopt, schrikt hij wakker en ziet haar voor ze de kans heeft de kamer uit te lopen.

‘Waar ga jij heen met dat bord bitch, zet dat gauw eens terug.’

‘Nee, zie je dan niet dat het bord schuld draagt voor alles wat hier vandaag is gebeurd?’

Buiten zichzelf van woede springt hij overeind en probeert het bord uit haar vingers te grissen. Charlotte trekt haar arm naar achteren, buiten zijn bereik, en werpt het bord met kracht over zijn hoofd heen op de vloer. Met een krakend geluid breekt het in vele scherven uit elkaar.

Pieter wankelt een moment op zijn benen en haalt diep snuivend adem.

‘Wat is er?’

‘Het voelt alsof alle lucht uit mijn lichaam werd gezogen.’

Ze snikt hysterisch.

‘Niet huilen, lieverd. Waarom gooi je het bord stuk? Ik vond het toch mooi?’

Ze luistert naar de warme klank die weer terug is in zijn stem en giert met felle uithalen.

‘Meisje toch, zal ik je in bed leggen? Wil je een kopje thee?’

Voorzichtig loodst hij haar de slaapkamer in.

‘Wat is dat?’ Hij wijst ontzet naar een stel boeien en pikante lingerie.

 Voor het eerst kan ze weer lachen. ‘Misschien fleurt ons huwelijk daar wel van op.’

Hij grijnst en trekt haar dicht tegen zich aan. ‘Dat wordt een vrolijke kerst.’

Buiten vliegt een eend langs het raam.

© Cecile Koops 2019


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *