DE BUITENBRUILOFT

Niemand die maar enigszins bij zijn verstand is, zou het in zijn hoofd halen om bij het eenzame meer, net buiten de stad, een bruiloft te plannen. Toch is juist dit de plek waar Tom en Erica, te midden van hun geliefde natuur, gaan trouwen.

‘Ik pik je om drie uur op, dan zijn we ruim op tijd,’ zegt Tom.

‘Eigenlijk mag je mijn jurk niet tevoren zien.’ Erica aarzelt.

‘Ach, al die tradities. Een aparte auto kost ons alleen maar extra geld. Dat geef ik liever aan iets anders uit.’

Hun auto bonkt over de halfverharde weg die het bos doorkruist. Haperend komt hij tot stilstand. Tom geeft nog een extra dot gas, op wat schokken na gebeurt er niets. Hij stapt uit om te kijken wat er aan de hand is.

‘Verdorie, we zitten vast in de modder. Ik zoek een paar stukken hout die ik onder de wielen kan schuiven. Kruip jij achter het stuur, dan duw ik.’

Erica verwisselt haar witte pumps voor een paar sneakers die nog op de achterbank liggen en tilt haar jurk extra hoog op wanneer ze uit de auto stapt. Met de stoere stappers onder de witte kanten jurk klost ze door de zuigende modder naar de bestuurderskant.

Tom rolt de pijpen van zijn nette broek een stukje omhoog en speurt in het bos rond. Hij vindt een paar relatief platte stukken hout en schuift die zo ver als mogelijk onder de wielen. Voorzichtig geeft Erica gas terwijl Tom tegen de achterkant van de auto duwt. ‘Iets meer gas geven schat, ik voel hem loskomen.’

Ze drukt het pedaal diep naar beneden. De auto stuift naar voren terwijl tegelijkertijd, als projectielen, dikke klodders blubber naar achteren schieten. Erica kijkt om en bijt op haar lip. Haar toekomstige man zit van top tot teen onder een zwarte drek en lacht als een boer met kiespijn.

Tom wacht in zijn natte, maar schone, pak op zijn bruid. Hij voelt het vocht langs de zomen van zijn broekspijpen in zijn schoenen druppelen. De ceremonie begint met klanken die hem niet vertrouwd in de oren klinken. Dat kan er ook nog wel bij, er zit een verkeerde cd in het doosje. Op de klanken van ‘the lady is a tramp’ schrijdt zijn bruid breed grijnzend over de rode loper. Het is inmiddels vijf uur en de hitte van de dag is bijna verdwenen. Zonder waarschuwing verduistert de hemel en regent het insecten. Ze duiken omlaag in het plakkerige donker. Hordes onontkoombare kleine mugjes die je, of je wilt of niet, inademt. De trouwambtenaar raffelt zijn speech af en stelt de geijkte vragen. Erica wappert wild met haar handen en trekt de sluier als een klamboe voor haar gezicht. ‘Ja ik wil,’ fluistert ze schor.

Op het feest na de bruiloft is het woord aan de getuige. ‘Ik heb je met veel vrouwen gezien de laatste jaren Tom, uiteindelijk bleek – behalve Erica – niemand goed genoeg voor je.’ Hij praat met de licht slissende toon die verraadt dat hij zich moed heeft ingedronken voor zijn speech. De aanwezige exen van Tom kijken hem giftig aan. ‘Dames en heren ik doe u vast een plezier met het afgraven van Toms duistere verleden,’ vervolgt de getuige terwijl hij vanonder zijn wenkbrauwen naar het bruidspaar loert.

Tom kreunt en fluistert in het oor van Erica: ‘Waarom hebben we deze idioot ook alweer als getuige gevraagd? In ieder geval kan ons leven samen, na vandaag alleen maar beter kan worden.’  Ze heffen hun glas en proosten met de aanwezigen.

Cecile Koops © 2019

 

 

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *