Invalheld

 

De handen van de man op het vliegveld houden een kartonnen bordje omhoog. Zijn hemd is opgerold over zijn zongebruinde armen. Met een zonnebril op zijn hoofd geschoven wiebelt hij het bordje, zodat niemand van de voorbijkomende lading mensen hem over het hoofd ziet. In  grote zwarte hanenpoten staat er Mr Moreop het karton geschreven, maar tot nu toe reageert niemand. Gelaten laat hij het bordje weer even zakken.

Boomlange George Brown buigt zich over het blauwe schermpje van zijn mobiel en leest een sms’je van zijn opdrachtgeefster Angela Gillis uit Sorrento: Ben helaas verlaat, kan je niet ophalen en weet niet exact wanneer ik arriveer.

Verdorie, denkt George, dat is een fikse streep door de rekening. Als interieurontwerper kan hij doorgaans in de kapitale villa’s van zijn klanten blijven logeren. Hij heeft niet op een verblijf in een duur hotel rond de baai van Amalfi gerekend en vraagt zich af hoe hij dit financieel moet bolwerken.

Inmiddels houdt de ophaler zijn bordje weer opnieuw omhoog.

George krijgt spontaan een idee. Zal hij? Waarom niet, wat heeft hij te verliezen? Hij kijkt het nog even aan. Een kwartier later loopt er nog steeds niemand naar de man toe.

Voor hij zich kan bedenken stapt George op de man met het bordje af.

‘Goedemorgen, mijn naam is More.’

‘Ah welkom in Italië meneer More, zal ik uw koffer nemen? Ik ben Abel, de auto staat niet ver weg, het is zo geweldig u te ontmoeten,’ ratelt Abel op een toon alsof George een verloren gewaand familielid is.

Buiten de aankomsthal schroeit de verzengende hitte. Abel opent de deur van een enorme auto, binnen ruikt het vaag naar opgedroogd zweet. Extra donkergetint glas maakt de zonnige omgeving opeens somber. Zoevend zet de auto zich in beweging. George probeert te kijken waar ze naartoe rijden, maar het glas is zo donker dat alles buiten verscholen lijkt achter een sluier van mist. De airco blaast een koude stroom lucht over zijn gezicht terwijl hij zich achterover laat vallen in de kussens.

Waar ben ik aan begonnen, denkt hij, vanmorgen zat ik nog op mijn afgelegen boerderijtje in Engeland en nu tuf ik in Napels rond op weg naar god weet waar.

Ieder ander zou op dit moment peentjes zweten van de spanning, maar George niet.  Met zijn levensmotto: als je achter de kudde aansjokt, loop je altijd in de stront, is hij gek op avontuur.

Hij snuift een ziltige lucht op, ze hebben blijkbaar de stad verlaten en rijden bij de kust.  Op het zoeven van de wielen dommelt George weg.

Abel leunt over de voorbank naar achteren en tikt hem zachtjes op de schouder, ‘we zijn er meneer More.’

George schrikt wakker ‘Dank je wel Abel, sorry dat ik lag te slapen, dat komt door het lange reizen denk ik.’

‘Geen probleem meneer More, u lag niet te snurken,’ lacht Abel.

‘Gelukkig maar,’ antwoord George terwijl hij nieuwsgierig het portier opent. Hij ziet een prachtige klassieke villa in zachtgele natuursteen, omgeven door een uitbundige waterval van de paars-roze bloeiende bougainvilles. Overal in de tuin de hoge kronen van majestueuze pijnbomen en de zoete geur van pas gemaaid gras. Het huis zelf ligt tegen de berg opgeplakt. Geen verkeerde omgeving, denkt hij direct. Een stenen trap leidt naar de voordeur. Voor ze kunnen aanbellen zwaait de grote eikenhouten deur al open.

‘Welkom meneer More,’ lacht een mollige vrouw met een wit schortje voor. ‘Ik ben Maria, de huishoudster, uw gastheer is nog onderweg. Ik zal u vast uw kamer laten zien, dan kunt u zich even opfrissen na de reis. Als u gereed bent serveren we drankjes op het terras.’

Jammer, denkt George, dat ze nu niet even de naam van zijn gastheer noemt. Dat moet hij straks nog tactisch proberen uit te vinden.

Hij loopt achter haar aan naar zijn kamer. Beroepsdeformatie dwingt hem goed naar de inrichting van het huis te kijken. Eén ding is duidelijk, zijn gastheer heeft een kitscherige wansmaak, zijn interieur is spuuglelijk. Hoe krijgt iemand het zo bij elkaar geshopt.

Zijn slaapkamer blijkt groot, zonnig en met uitzicht op de mooie tuin.

‘Heeft u hulp nodig bij het uitpakken meneer More, of redt u het wel?’

‘Nee dank Maria het gaat prima zo. Ik kom over een half uurtje richting het terras.’

De huishoudster verdwijnt geruisloos en George kijkt om zich heen. Deze kamer is beter en gezelliger dan hij op grond van het interieur beneden zou verwachten. Hij gooit zijn koffer op bed en spit naar een witte broek, passend bij het weer en de omgeving.

Met zijn zwarte haren nog vochtig van de douche loopt hij, een half uur later de trap af, op zoek naar het terras.

Hij loopt richting een gemurmel verderop, waar het terras blijkt te zijn. Er zitten al twee mensen. George haalt diep adem en loopt op ze af. ‘Goedemiddag heren, mijn naam is More.’

‘Ah we hebben al veel over u gehoord,’ roept de jongere van de twee mannen enthousiast, ‘ik ben Rick Wood de zoon van uw gastheer.’

‘En ik ben een zakenpartner van hem, Alberto Bonetti,’ steekt de andere man hem de hand toe.

‘Geweldig wat u voor mijn zusje Angela hebt gedaan, niet iedereen zou dat durven in zo’n situatie,’ zegt Rick.

George heeft geen idee wat hij- of liever gezegd meneer More – dan wel gedaan heeft, dus hij houdt zich op de vlakte. ‘Och dat was een kleine moeite.’

‘Kleine moeite? U had wel dood kunnen zijn.’

Waar ben ik nu weer in beland, denkt George, wat heb ik gedaan dan, blijkbaar iets gevaarlijks.

Gelukkig vraagt Alberto op dat moment: ‘Wat heeft meneer More voor je zus gedaan Rick?’

‘Angela was vorige maand voor zaken in Engeland en werd op weg naar een restaurant aangevallen door een paar kerels die haar wilden beroven, meneer More heeft haar gered en de kerels verjaagd, zonder hem was het vast niet goed afgelopen. Als dank heeft mijn vader hem, mede namens Angela, voor een lang weekend uitgenodigd.’

George probeert bescheiden te kijken. Tjonge, die meneer More staat zeker zijn mannetje. Hij voelt zich vaag ongerust worden bij het idee dat de echte meneer More wellicht op dit moment ook onderweg is hiernaartoe. Hoe zal hij reageren als blijkt dat George zijn plek heeft ingenomen? Grappig dat hij zelf ook op weg was naar een Angela, zijn opdrachtgeefster in Sorrento. Ondertussen is hij blij dat hij nu al twee dingen weet, de reden waarom hij hier is en de naam van zijn gastheer: meneer Wood. Voorlopig kan hij zich hier nog wel uit redden.

‘Jammer dat Angela hier nog niet is, ze is vertraagd’ mijmert Rick ‘maar ze zal beslist nog komen.’

Oeps, denkt George, nog een probleem erbij. Angela die More natuurlijk al kent en dan ook nog de ware meneer More die nog onderweg is naar dit huis. Ongecompliceerd als hij is, ziet hij al gauw de grap hiervan in en onderdrukt met moeite een grijns.

Angela Wood is na een zakenmeeting in Florence eindelijk aangekomen op het vliegveld van Napels met een vertraging van zeker vier uur . Wat een reis, vloekt ze zachtjes, als ik dit van tevoren had geweten, dan had ik een trein genomen. De wet van Murphy bestaat echt. Ben ik al te laat aangekomen om de interieurdesigner te ontmoeten, heeft vader uitgerekend dit weekend, mijn Engelse redder uitgenodigd bij hem thuis.

Ze heeft er weinig zin in, ze heeft de man in Engeland al hartelijk bedankt. Wat haar betreft had hij een leuk cadeau mogen krijgen, alles beter dan hem te logeren vragen. Veel te persoonlijk naar haar smaak. Maar ja vader is koppig en doet toch altijd wat hij wil.

Ze moet George berichten dat, na haar eerdere sms dat ze iets verlaat is, het nu toch wel een paar dagen later kan worden en nou maar hopen dat hij er ondertussen niet de brui aan geeft. Ze is gek op zijn werk en heeft vorige maand in Engeland al met hem besproken wat ze allemaal wil veranderen in haar huis. Een leuke vent ook denkt ze stiekem, precies haar type, slank, geestig en lekker lang.

Ze stuurt snel een berichtje:

Beste George, er is opeens nog iets tussen gekomen, ik moet het weekend onverwacht naar mijn vader, die iemand heeft uitgenodigd die ik volgens hem beslist moet ontmoeten. Ik hoop dat je je kunt redden tot na het weekend? Verheug me er al op onze plannen uit te voeren. Groeten Angela Gillis-Wood.

George hoort het piepje van een binnenkomend bericht. Hij pakt zijn glas witte wijn op en zegt tegen Rick en Alberto: ‘vinden jullie het goed als ik een ommetje in de tuin maak, ik heb de hele dag al gezeten en wil even de benen strekken.’

‘Natuurlijk,’ klinkt het in koor.

George loopt van het terras de tuin in en slentert uit het zicht. Daar pakt hij zijn telefoon en leest het binnengekomen bericht.

Zijn mond valt open, Angela Gillis is zijn klant, maar nu dringt ‘t tot hem door dat haar meisjesnaam Wood is en dat zij zowel het zusje van Rick is als de dame die door meneer More werd gered. Zijn hersens draaien op volle toeren. Wat zal zij wel niet denken dat hij zomaar spontaan in een vreemde auto is gestapt als een surrogaat meneer More. Zal ze dan nog wel met hem willen werken, nu hij de held tegen wil en dank is geworden voor haar vader? Hij moet haar overtuigen. Even later stuurt hij het volgende bericht: Hallo Angela, ik ben ook in de villa van je vader, het is een lang verhaal, maar als je mee wilt spelen dan ben ik Meneer More vanaf nu. Ik leg het je allemaal wel uit als je hier bent. George

Angela snapt niets van het bericht. Haar ontwerper zit nu bij haar vader en doet zich voor als meneer More? Ze voelt zich een beetje ziek van angst worden, bij de gedachte dat straks ook de echte meneer More boven water komt. Misschien slaat hij George wel helemaal in elkaar als hij ontdekt dat die zijn identiteit heeft gestolen. Hoe ze deze actie ook afkeurt, ze wil toch niet dat haar leuke George een aframmeling krijgt. Wel goed dat ze hem nu eerder ziet dan verwacht, achteraf zal het zeker niet saai worden bij vader. Ze begint zich al te verheugen op het weerzien.

Oké ik doe mee, maar je hebt me wel wat uit te leggen dan … stuurt ze terug.

George haalt opgelucht adem. Weer een probleem weggewerkt, nu moet hij alleen nog met de echte meneer More dealen.

Met lichte tred stevent hij weer op het terras af, waar hij aan de zojuist aangekomen David Wood wordt voorgesteld. Het blijkt een rijzige man met een volle bos bruin haar dat naar alle kanten springt. Hij heeft tranen in zijn groene ogen en schudt hem vele malen de hand. ‘Ik ben zo blij wat u voor mijn dochter heeft gedaan, u kunt zich niet voorstellen hoe dankbaar ik ben.’

‘Ach iedere man zou een meisje in zo’n situatie proberen te helpen,’ reageert George snel.

Maria gaat met hapjes en meer drankjes rond en het gezelschap op het terras wordt al snel vrolijker.

‘Blijven we meneer More zeggen of mogen we u bij uw naam noemen?’ vraagt Rick.

‘Natuurlijk, ik ben George,’ floept George eruit voor hij er erg in heeft.

‘Ik dacht dat u Fred heette meneer More?’ vraagt Ricks vader.

Pijlsnel schakelt George, ‘ik heet Frederick George, met roepnaam Fred, maar intimi noemen mij altijd George.’

‘Dan doen wij dat ook,’ beslist David.

Op dat moment klinkt er een luide claxon. ‘Ha daar is Angela, net op tijd voor het eten,’ verzucht Rick.

Als een wervelwind komt Angela binnen gestoven en geeft George onzichtbaar voor de anderen een knipoog. ‘Hallo Paatje ben je blij mij te zien, hi Rick en hallo Alberto en dag meneer More.’

‘We mogen hem George noemen,’ zegt David, ‘en natuurlijk ben ik blij je weer te zien meis, zeker na je Engelse avonturen.’ Hij geeft zijn dochter een stevige knuffel.

Later die avond wandelt George met Angela door de tuin. Hij snuift de zoete geur van de lavendel langs het pad op. Even heerst er volmaakte stilte tussen hen, maar Angela is te nieuwsgierig. ‘Nou vertel, hoe kom jij hier toch verzeild?’

George doet zijn verhaal en Angela is een en al bewondering, ‘je wist dus totaal niet waar je heen ging en naar wie en waarom?’

‘Nee geen idee maar het leek me wel een avontuur, ik snap alleen niet waar de echte meneer More gebleven is.’

‘Dat begrijp ik ook niet, maar als hij mocht opdagen heb ik wel een plannetje’ fluistert Angela.

‘Heb je de grote vijver achter in de tuin al gezien? In het midden ligt een klein eilandje met een hutje. Als meneer More hier komt zal ik ‘m opvangen en voorstellen eerst even naar die vijver en het eiland te gaan met de roeiboot, daarna pak ik de roeispanen en zwem terug naar de kant. Dan zit hij even vast op het eiland en kunnen wij er vandoor gaan naar mijn huis in Sorrento. Weet je, meneer More was in Engeland al een beetje opdringerig naar mij, dus hem meelokken moet wel lukken.’

‘Je vergeet wel iets’ meent George, ‘hij staat toch zo goed zijn mannetje? Dus hij zal je achterna zwemmen.’

‘Nee dat is het goede van het plan, hij vertelde me in Engeland dat het maar goed was dat ik niet in het kanaal was gevallen, omdat hij dan niks had kunnen doen, hij kan namelijk niet zwemmen.’

George voelt een groot ontzag voor deze vrouw, wat een avontuurlijke geest, en daarbij ziet ze er ook nog eens geweldig uit.

Het kan geen toeval geweest zijn dat ze op elkaars pad kwamen. Met die gedachte en met een warm hart loopt George naast Angela verder de prachtige Italiaanse tuin in. De stilte wordt alleen onderbroken door het geluid van een verre tractor op het landweggetje achter het huis. Door dat geluid horen ze niet dat er op dat moment hard aan de voordeur wordt gebeld …

Cecile Koops @2018

 

Dit verhaal werd gepubliceerd in de eerste verhalenbundel van het Huizer schrijversgilde: ‘De handen van …’  in juni 2018.

 


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *